Toen Fritzi Harmsen van Beek (1927 – 2009) nog leefde, liet ze haar uitgever beloven geen werk meer van haar uit te geven. Niet omdat ze ontevreden was over haar gedichten en verhalen, ze kon niet tegen de aandacht die publicaties mee zich meebrachten. Het getelefoneer, journalisten aan de deur, snorrende camera's, de interpretaties en vragen over haar wilde levenswandel in de jaren vijftig en zestig in 't Gooi. Ze gruwde ervan.
Aanvankelijk werkte het averechts, die schuwe opstelling. De mythe rond haar persoon – briljant, excentriek, mannenverslindster, aan de kruik – werd alleen maar groter. Maar uiteindelijk raakte ze uit beeld. Omdat ze niets meer publiceerde natuurlijk, maar later vooral omdat ze vanaf 1971 in Garnwerd was gaan wonen, een dorp waar journalisten en bewonderaars uit het Westen liever niet voor een gesloten deur wilden staan. Bij haar crematie in 2009 waren acht mensen aanwezig.
In zulk licht mag het bijzonder heten dat woensdag in het Letterkundig Museum in Den Haag haar verzameld werk is gepresenteerd. Een kloek boek, In goed en kwaad getiteld, met ruim 500 bladzijden, wat veel is voor iemand met een klein oeuvre. Liefdevol bezorgd door een legertje specialisten en getrouwen, onder wie haar erfgenamen: vriend Joost Kircz, begonnen als bijlesleraar van haar zoon, en Geertje Zwaan, overbuurvrouw uit Garnwerd en later vriendin.
"We hebben de helft van haar nalatenschap kunnen redden," vertelde Zwaan woensdag na afloop. "Op het laatst van haar leven deed ze voor bijna niemand meer open. Joop Stokkermans (componist, bouwjaar 1937) belde met het verzoek haar gedichten op muziek te mogen zetten. Hij moest eerst zijn studie maar eens afmaken. Ze was bang en snauwde vreemden af. Toen ik na haar overlijden haar huis bezocht, was veel beschimmeld en door muizen opgevreten. Zonde natuurlijk, want ze heeft schitterende dingen gemaakt."
Volgens de geschiedschrijving gaat dat vooral op voor haar debuut, Geachte mevrouw muizenpoot en achttien andere gedichten, waarmee ze in 1965 de literaire wereld overrompelde: zeer vrije poëzie waarin op volstrekt originele, maar anno 2012 niet altijd even goed te volgen wijze een verbijsterend universum wordt opgeroepen. Dat doet ze ook in Wat knaagt? (1968) en Neerbraak (1969), verhalenbundels met schetsen die zijn voortgekomen uit een even grillig als erudiet innerlijk – virtuoos beschreven, dat ook.
De verrassing van In goed en kwaad wordt gevormd door haar prentenboek voor leeftijdslozen, Gewone Piet & Andere Piet uit 1969. Maar nog meer door haar stukken voor Vrij Nederland, waar ze in de jaren zestig onder meer over beeldende kunst mocht schrijven. Het zijn deze stukken die iets vertellen over haar houding jegens het culturele wereldje waarin ze als beschonken vlinder rondfladderde: het interesseerde haar hogelijk, maar ze trof er ook veel te veel pretentieuze troep aan.
In de cultuurjournalistiek was geen carrière voor haar mogelijk, getuige het volgende citaat: "Eigenlijk is iedere vorm van kritiek in wezen belachelijk: een aanmatiging en meestal ook nog een bewijs van begripsverwarring en ontoereikendheid als iets mooi is – en het toppunt van zakkerigheid als het over rommel gaat, want waarom in godsnaam zou iemand zich daar, op een onvriendelijke manier nog wel, mee bemoeien." Ga na zo'n voltreffer maar eens een recensie schrijven.
Wat de erfgenamen betreft is met het verzameld werk het boek van Fritzi nog niet gesloten. Haar nalatenschap omvat méér dan alleen literaire teksten. Zo probeerde ze, voor ze er in villa Jagtlust in Blaricum op los leefde, serieus als illustratrice in de voetsporen van haar vader te treden, de man achter Flipje van Tiel en Noddy. Daarnaast oefende ze op vele kunstenaars een grote aantrekkingskracht uit, onder meer op Remco Campert, fotograaf Eddy Posthuma de Boer en later in Groningen op Matthijs Röling en diens Fuji Art Association.
Volgens Joost Kircz en Geertje Zwaan moet een biografie niet worden uitgesloten. In ieder geval behoort een schrijversprentenboek tot de mogelijkheden. Het archief zoals dat aan het Letterkundig Museum is overgedragen, bevat daartoe voldoende aantekeningen, krabbels, ongepubliceerd werk, foto's en brieven. (Sommige ongeopend. Want, zoals ze in 1989 in vertelde: "Ik krijg meer brieven dan ik kan beantwoorden. En als ik er één per jaar kreeg, was dat nog zo.") Maar ook een dweil uit Israël, geschonken door Judith Herzberg. Omdat Fritzi de stof van de dweil zo voortreffelijk vond, dat ze er gordijnen uit wilde naaien.
Boek
In goed en kwaad. Verzameld werk van F. Harmsen van Beek is verschenen bij uitgeverij De Bezige Bij. Prijs: 24,50 euro (512 blz.)